Warmtepomp minst populair in Overijssel

Overijsselse huishoudens zijn het slechtst voorbereid op het besluit van het kabinet om de (hybride) warmtepomp vanaf 2026 verplicht te stellen. Slechts een op de 31 huishoudens in Overijssel heeft er namelijk al een. Landelijk gezien verwarmt een op de dertien Nederlanders met behulp van een warmtepomp. Dat blijkt uit onderzoek van energiebedrijf Zonneplan, in samenwerking met onafhankelijk veldwerkbureau Panel Inzicht. Aan het onderzoek deed een representatief panel van 2000 Nederlanders mee.

De cv-ketel vormt in heel Nederland nog ruimschoots de boventoon. Afgezien van Flevoland ligt het aandeel van de cv-ketels als voornaamste verwarmingsbron grofweg tussen de 70 en 80 procent. In Overijssel heeft 80 procent van de huishoudens er nog eentje. Alleen in Zeeland ligt dit percentage nog iets hoger. Andere warmtebronnen waarvan een enkeling gebruikmaakt zijn onder meer hout- en pelletkachels, infraroodpanelen en zonneboilers.

Warmtepomp populairst onder twintigers

Kijkend naar de diverse leeftijdscategorieën valt uit het onderzoek van Zonneplan op te maken dat vooral de jongere groep Nederlanders zich bezighoudt met duurzamer verwarmen. Van de ondervraagden tussen de 18 en 29 jaar geeft namelijk 14 procent aan een warmtepomp te hebben, terwijl de cv-ketel een aandeel heeft van ‘slechts’ 65 procent. In alle andere leeftijdscategorieën ligt dit laatste getal boven de 80 procent. Opvallend is dat de ‘ouderwetse’ en zeer vervuilende houtkachel daarentegen alleen onder twintigers en dertigers (respectievelijk 6,1 en 4,7 procent) nog enige populariteit geniet.

Terugverdientijd warmtepomp

Bij de keuze voor een warmtepomp speelt de terugverdientijd vaak een rol. Uit het onderzoek van Zonneplan blijkt dat 26 procent van de ondervraagden die een warmtepomp overwegen willen dat de terugverdientijd hooguit vijf jaar bedraagt. Nog eens 25 procent neemt ook genoegen met een terugverdientijd van zes tot tien jaar. De grootste groep, ruim 40 procent

Meer nieuws: